Vruchtbaarheidsbewustzijn

Vruchtbaarheidsbewustzijn

Wilcox (1995)

A.J. Wilcox, C.R. Weinberg, D.D. Baird (1995)

Timing of sexual intercourse in relation to ovulation – Effects on the probability of Conception, Survival of the Pregnancy, and Sex of the Baby

The new England Journal of Medicine. Vol. 333, nr. 23, 7 dec. 1995

Het betreft een prospectieve studie van 221 gezonde vrouwen die zwanger wilden worden. In de urine van de vrouwen werd dagelijks de hoeveelheid van een oestrogeen en een progestageen bepaald; tevens werd genoteerd wanneer gemeenschap plaatsvond, en of er een bloeding was opgetreden.

De dag van de ovulatie werd geschat m.b.v. de hormoonbepalingen in de urine en kwam ongeveer overeen met de dag van de LH-piek. Zwangerschap werd vastgesteld met een gevoelige methode voor het meten van HCG (zwangerschapshormoon), zodat al 6 dagen na de bevruchting een zwangerschap ontdekt kon worden. Er werden in totaal 713 cycli gevolgd, waarin met de HCG-test 199 zwangerschappen werden vastgesteld. 48 zwangerschappen (± 25%) eindigden reeds voor de 6e week! Van de 151 overige zwangerschappen eindigden er 136 in levend geborenen.

In 93% van de 713 cycli kon een dag van ovulatie worden vastgesteld. Uiteindelijk bleken er 625 ovulatoire cycli van 217 vrouwen (waarin 129 levend geborenen en 63 zwangerschapsverliezen optraden) voldoende gegevens te bevatten voor verdere statistische analyse. Hieruit bleek dat conceptie alleen plaatsvond wanneer gemeenschap in een periode van 5 dagen vóór de ovulatie tot en met de dag van de geschatte ovulatie plaatsvond; daarbuiten leidde coïtus niet tot zwangerschap. De kans op zwangerschap per dag nam toe van 0,10 tot 0,33 in deze vruchtbare periode. Statistisch kon niet worden uitgesloten dat er 6 dagen vóór èn 1 dag na de geschatte ovulatiedag nog een kans van 0,12 op conceptie is. Het deel van de ovulatoire cycli met zwangerschapspotentie was 0,37.

Er werden geen aanwijzingen gevonden dat een hoge coïtusfrequentie minder kans op zwangerschap gaf. Ook werden er geen aanwijzingen gevonden dat oude zaadcellen meer kans op verkeerde afloop van de zwangerschap zouden geven (al was het aantal te gering om hierover exacte uitspraken te doen), of dat de coïtustiming invloed had op het geslacht van de baby.

De meeste cycli (63%) leiden dus niet tot zwangerschap, ondanks frequente coitus. De vruchtbaarheid wordt dus niet alleen door ovulatie en coïtus bepaald, maar ook door andere factoren. De auteurs zien geen reden om de coïtusfrequentie te beperken bij kinderwens.

Schuiven naar boven