Sinai (2006)

Irit Sinai, Rebecka Lundgren, Marcos Arévalo en Victoria Jennings

Fertility Awareness-Based Methods of Family Planning: Predictors of Correct Use.

International Family Planning Perspectives, 32/2, Juni 2006: 94-100

Er is een veronderstelling en een zekere vanzelfsprekendheid dat gebruikers van natuurlijke methoden minder vaak gemeenschap hebben dan gebruikers van contraceptie. Onderzoekers van het Georgetown University Institute for Reproductive Health (IRH) leidden een studie om de frequentie en timing van gemeenschap in de cyclus bij gebruikers van eenvoudige natuurlijke methodes na te gaan, met name de Standard Days Method (SDM), een vereenvoudigde kalendermethode en de TwoDay Method (TDM), een vereenvoudigde slijmmethode. Deze methode werd door het IRH ontwikkeld en gemeenschap werd genoteerd tijdens de betrouwbaarheidsstudie. 928 vrouwen in de leeftijd van 18-39 jaar leverden samen meer dan 8000 cycli op. Ze kwamen uit 4 verschillende landen (Bolivië, Guatemala, Peru, en de Filippijnen).
Vroegere studies wereldwijd hebben aangetoond dat seksueel actieve koppels gemiddeld 5,5 keer gemeenschap hebben per maand. In de Amerikaanse studie kwam men voor SDM-deelnemers aan 5,6 en voor TDM-koppels aan 5,5. Verdere analyse toonde aan dat gemeenschap in de vruchtbare fase daalde, naargelang de methode langer werd gebruikt. De onderzoekers vonden ook dat de frequentie van gemeenschap toenam, wanneer men een methode langer gebruikte en dat gemeenschap tijdens de menstruatie afnam. Verdere analyse leverde op dat de enige variabele die significant was om de frequentie van gemeenschap te bepalen, de leeftijd was, d.w.z. dat de frequentie van gemeenschap daalt met de stijgende leeftijd van de vrouw. Ze vonden ook dat vrouwen die SDM gebruikten, een licht hogere frequentie van gemeenschap hadden dan de gebruikers van TDM.
De auteurs geloven dat een aantal trends in de studie te wijten zijn aan de leerfase en aan het feit dat ze meer vertrouwd geraken in het bepalen van de vruchtbare dagen. Ze menen ook dat het verschil in frequentie tussen gebruikers van TDM en SDM te wijten was aan de objectiviteit van de bepaling van de vruchtbare dagen met SDM tegenover de noodzaak aan het herkennen van cervicaal mucus of slijm om de vruchtbare dagen te bepalen met TDM.

Commentaar

De gegevens van deze studie suggereren dat koppels die eenvoudige natuurlijke methodes gebruiken niet minder gemeenschap hebben dan koppels in het algemeen.
Als koppels geholpen worden om meer vertrouwen te hebben in de bepaling van de vruchtbare fase, zullen ze minder gemeenschap hebben in de vruchtbare fase, tijdens de menstruatie en zal de frequentie mettertijd stijgen.
Om de NFP-methodiek die NFP-Vlaanderen en NFP-Nederland verspreiden meer aanvaardbaar te maken, is een soortgelijke grootschalige studie zeker wenselijk. Het zou mooi zijn, mochten overheden hierin investeren, omdat meteen een belangrijke drempel zou wegvallen voor de introductie van een betrouwbaar en totaal onschadelijk alternatief voor de kunstmatige contraceptiva.

Schuiven naar boven