Gnoth (1996)

C. Gnoth, P. Frank-Herrmann, M. Bremme, G. Freundl, E. Godehardt

Wie korrelieren selbstbeobachtete Zykclussymptome mit der Ovulation?

Zentralblatt für Gynäkologie 118 (1996) 650-654

Het betreft een studie naar de mate van overeenstemming tussen de zelfwaarneming van de cyclussymptomen en de objectief vastgestelde ovulatie door middel van echografie en LH-bepalingen in de urine.

49 vrouwen deden mee; 24 gedurende 1 cyclus, 1 vrouw gedurende 5 cycli. In totaal waren er 87 cycli. Middels (meestal vaginale) echografie werd de ovulatie vastgesteld; ook werd de LH-piek in de urine gemeten door dagelijkse metingen van de 6e tot en met 25e cyclusdag. De ovulatietermijn werd 24-30 uur na de LH-piek in de urine aangenomen, resp. de middels echografie aangetoonde ovulatiedag. In 65 van de 87 cycli kon een volgens beide methoden overeenstemmende ovulatiedag bepaald worden. Deze ‘objectieve’ ovulatiedag werd vergeleken met de ‘subjectieve’ (door zelfwaarneming geschatte) ovulatiedag, en de eerste en laatste vruchtbare dag. De ‘subjectieve’ ovulatiedag werd als volgt geschat: als de piekdag één of twee dagen vóór de 1e hogere meting lag: piekdag resp, P+1. Als de piekdag één of twee dagen na de 1e hogere meting lag: Piekdag of Piekdag -1.

De eerste hogere meting lag bij 81% van de cycli op de objectieve ovulatiedag tot en met 2 dagen erna; gemiddeld 0,92 dag erna. De piekdag lag bij 82% op de objectieve ovulatiedag + of – 1 dag, gemiddeld 0,11 dag vóór de ovulatie. Het slijmsymptoom begint gemiddeld 7,63 dagen vóór de objectieve ovulatie (s.d. 2,16!). De maximaal vruchtbare cervix lag bij 70% op of 1 dag vóór de objectieve ovulatiedag (gemiddeld 0,55 dag ervoor). De ovulatiepijn (n=32) trad slechts in 34% op de ovulatiedag zelf op. In 63% van de 32 cycli waarin de ovulatiepijn optrad, was dat vóór de objectieve ovulatie, tot zelfs 6 dagen ervoor (gemiddeld 2,10 dagen ervoor).

In 40% van de cycli kwamen de subjectieve en objectieve ovulatiedag overeen. 89% van de subjectief bepaalde ovulatiedagen vielen op de objectieve ovulatiedag ± 1 dag. De 1e vruchtbare dag lag gemiddeld 9,45 dagen vóór de objectieve ovulatie (s.d. 2,13) en de laatste vruchtbare dag gemiddeld 3,98 dagen erna (s.d. 1,83).

De schrijvers concluderen dat middels zelfwaarneming betrouwbaar de ovulatiedag geschat kan worden, ondanks dat 57% van de vrouwen in het onderzoek minder dan een jaar NFP-ervaring had. Dit gegeven is van belang voor allerlei wetenschappelijke onderzoeken, want zelfwaarneming is veel eenvoudiger uit te voeren dan dagelijkse metingen en echografieën, waardoor grote aantallen cycli (vaak nodig voor wetenschappelijk onderzoek) en langlopende onderzoeken makkelijker te verwezenlijken zijn.

Schuiven naar boven